Dooitse Eelkes Hinxt: een vergeten zeeheld uit Dokkum

Hinxt_KamperduinVergeet die over het paard getilde admiraal De Ruyter en sta eens stil bij marineofficier Dooitse Eelkes Hinxt (1741-1797). Deze zeeschuimer uit Dokkum kon razendsnel varen, pelde een eitje in het ‘bad van Nero’, verloor bijna zijn dochter bij Texel en raakte dodelijk gewond tijdens de Zeeslag bij Kamperduin.

 

Bescheten monument

Het grafmonument van Dooitse Eelkes Hinxt in Huisduinen ziet er letterlijk en figuurlijk nogal bescheten uit. De meeuwen hebben het niet onberoerd gelaten en in de ruim twee eeuwen die zijn verstreken sinds zijn begrafenis in 1797 lijkt er weinig aan onderhoud te zijn gebeurd. Toch was Hinxt de enige Nederlandse officier die na de Slag bij Kamperduin op 23 oktober 1797 met veel ceremonieel werd begraven. De vlaggen op de Bataafse vloot gingen halfstok en volgens een uitgekiend protocol met tientallen eresaluten, treurmuziek en een dodenmars brachten zoveel officieren – ‘als maar eenigzins van dezelven gemischt konden worden’ – zijn stoffelijk overschot naar het kerkhof. In de Bataafse pers verschenen twee lofdichten op Hinxt. Dirk Lenige uit Makkum noemde hem in zijn grafschrift onsterfelijk, ‘Hij leeft in ‘t hart van ‘t dankbaar VADERLAND’. Ook Johanna Jacoba van Beaumont, bij het grote publiek bekend als Netje Revolutionair, publiceerde (Nationaale Bataafsche Courant, 2-11-1797) een prachtig poëem. De ‘gryzen Hinxt’ had volgens haar ‘der helden lauwerkroon’ en ‘onsterfelyke eer’ verdiend met zijn heldhaftige optreden bij Kamperduin. Nadien ging het bergafwaarts met de aandacht voor de dappere Fries. In de negentiende eeuw werd de ‘vliegende vaart’ van zijn schip nog vergeleken met die van een topschaatser (Leeuwarder Courant, 6-2-1838) en kreeg hij een – bescheiden – lemma in het biografische naslagwerk van Van der Aa, die niet eens meer wist waar zijn geboorteplaats was.

Steigerende zwarte hengst

Dat Hinxt in de negentiende eeuw in de vergetelheid raakte, is niet verwonderlijk. Terwijl de helden van de Gouden Eeuw op een voetstuk werden geplaatst, zoals Rembrandt en admiraal De Ruyter, was er voor de achttiende-eeuwse sukkels uit de ‘Franse Tijd’ geen plaats in het vaderlandse pantheon. Ook in recente maritieme geschiedschrijving was de aandacht voor Hinxt gering of zelfs non-existent, totdat Nykle Dijkstra de man uit de vergetelheid rukte met een artikel in De Sneuper (nr. 119), het periodiek van de Historische Vereniging Noordoost Friesland, en een uitvoerig lemma op wikipedia. Hij  schetst het levensverhaal van de in Dokkum geboren Dooitse (Theodosius) Eelkes Hinxt. Als kind van rooms-katholieke ouders woonde hij aan de Diepswal (nu nr. 33), waar nog altijd een gevelsteen met een steigerende zwarte hengst is te zien: een mogelijke verwijzing naar de achternaam Hinxt. Net als zijn vader koos Dooitse Eelkes voor de koopvaardij: in 1763 was hij kapitein van een gloednieuw kofschip en in datzelfde jaar trouwde hij met Anna Gerryts uit Leeuwarden. Zijn vrouw overleed jong, waarna Hinxt hertrouwde met een vrouw uit Harlingen.

Snelheid

De Snelheid

In 1780 brak de Vierde Engelse Oorlog uit, een desastreuze strijd van de verzwakte Hollandse marine tegen de machtige Britten. Hinxt verkocht zijn schip en nam dienst bij de Friese Admiraliteit, waar hij als luitenant het bevel kreeg over de kotter Snelheid. De romp was beslagen met koperen plaatjes tegen aangroei en houtrot, waardoor het schip sneller en duurzamer was. Hinxt hoopte ‘dat hij soo zal loopen dat hij uijt de klauwen der Engelsen zou blijven’. Met een eskader stak de Snelheid in augustus 1782 in zee. Voor de Noorse kust moest Hinxt een sloepscheepje achtervolgen en dwingen om de Engelse vlag te strijken. Met krijgsgevangenen en het gekaapte scheepje hoopte hij op een beloning van duizend gulden, maar de Deense overheid gooide roet in het eten omdat het schip binnen een mijl van de Deense kust gekaapt was. Tot grote ontevredenheid van luitenant Hinxt ging de ‘prijs’ terug naar Denemarken. Bovendien hoorde hij geruchten als zou hij zijn sabel op de keel van zijn loods hebben gezet en gevaarlijk over de ondiepten zijn gevaren.

Bad van Nero

Na deze expeditie werd de Snelheid afgedankt, omdat er vrede in zicht was. Hinxt maakte zijn ongenoegen kenbaar aan de Admiraliteit. Hij schreef dat het hem ‘dapper speet’ dat hij enkele jaren eerder zijn kofschip had verkocht om zijn vaderland te dienen en dat hij nu ontslagen werd. Zijn brief had effect: de Admiraliteit stuurde Hinxt naar Nederlands-Guiana (Suriname). Hij was er getuige van dat deze kolonie op 3 maart 1784 in Paramaribo door de Fransen werd teruggeven aan de Nederlandse regering. Zelf maakte Hinxt zich vooral zorgen dat er voldoende proviand uit Republiek werd gestuurd, anders moest hij ‘gelijk de negers’ bananen te eten. In augustus 1785 was de Snelheid alweer terug in Texel. In 1787 moest Hinxt er weer op uit met een oorlogsvloot. De Snelheid was opnieuw het snelste schip van de vloot, maar van vechten kwam het niet erg. Op culinair gebied was er wel van alles te beleven, zo blijkt uit zijn kopieboek. In Bordeaux liet Hinxt voor een oude bekende een ‘beste Dokkumer kaas’ achter. Voor zichzelf kocht hij een emmer mosselen of dronk hij een glaasje zoete malaga nadat hij een storm had overleefd. Ook kookte en at hij een eitje het ‘bad van keizer Nero’, een warmwaterbron in Baia die indertijd bekendheid genoot als toeristische attractie. Zijn bemanning at vooral gort en bonen.

Op piratenjacht

Toen Hinxt op 1 oktober 1787 terug naar huis ging, trof hij een leeg huis aan in Harlingen. Zijn vrouw Elisabeth bleek aan tering te zijn overleden en zijn dochter Emerentiana (zes jaar) was aan koortsen gestorven. Zijn oudste dochter was bij haar tante gaan wonen en zijn jongste bij zijn nicht. Na deze tegenslag moest Hinxt snel weer naar zee, want er stond een missie naar de Middellandse Zee op stapel. In de buurt van Kaap Matapan ontmoette hij een vermoedelijke kaper. Hinxt vocht zich liever dood, dan zich over te geven en liet de kanonnen laden. Tijdens een vuurgevecht, waarbij een dode viel en een matroos een kogel door zijn bil kreeg – ‘tot voor boven de manlijkheid weeder uit’. In het Spaans ging Hinxt overleggen met de piraat, die een gewone Turkse koopvaardijkapitein bleek te zijn. Na overleg kon Hinxt eindelijk doorvaren.

De Beschermer, schip van Hinxt.

De Beschermer, schip van Hinxt.

De Beschermer

In de maanden daarna begon Hinxt te klagen over zijn konvooitaken, die vooral in de winter geen pretje waren. De reisjes waren ‘om dol van te worden als zeeman’. Begin 1790 mocht hij terugkeren in patria, al waren de kooplieden tevreden over zijn konvooidiensten. Ook buitenlandse koopvaarders waren onder de indruk en stelden Hinxt zelfs als voorbeeld voor de officieren van hun marinekorpsen. De Fries werd bevorderd tot kapitein-ter-zee en hertrouwde, met Catharina Joris de Haan, de dochter van een houtkoper uit Leeuwarden. Ze gingen wonen aan de Voorstraat 60 in Harlingen. In de strijd tussen patriotten en prinsgezinden neigde Hinxt naar de eerstgenoemden, die in 1795 de macht grepen met hulp van de Fransen. Zo kwam Hinxt in dienst van de nieuwe Bataafse marine. In 1796 kreeg hij het bevel over het grote linieschip De Beschermer. Naast een groep uit zijn geboorteplaats Dokkum stond ook Dooitses dochter Anna Hinxt op de monsterrol. Zij voer niet echt mee, maar zo kon hij stiekem wat extra geld verdienen.

Vrouwen aan en over boord

Als onderdeel van een vloot onder admiraal De Winter moest De Beschermer meedoen aan de geplande invasie van Ierland. Door de Britse blokkade durfde de Bataafse vloot echter niet uit te zeilen. In de zomer van 1797 lag de vloot daarom op de Rede van Texel. Kapitein Hinxt had zijn echtgenote en zijn dochter Anna Maria aan boord, want vrouwen mochten van de Bataven mee aan boord nemen. Op een zaterdagavond, na een diner aan boord van een ander schip, bleven de meeste officieren aan boord vanwege het slechte weer. Als goed katholiek wilde Hinxt echter naar de kerkdienst. Hij ging van boord, maar de boot liep vol water en de opvarenden konden ternauwernood gered worden. In de kajuit leek de dochter al dood te zijn. Ruim twee uur later sloeg het meisje haar ogen op en zei: waar ben ik. Anna Maria overleed later alsnog op jonge leeftijd, in 1801.

Maquette_van_vijf_scheepswrakken_uit_de_zeventiende_en_achttiende_eeuw_die_op_het_Burgzand,_de_Rede_van_Texel_gezonken_zijn_-_Oudeschild_-_20529069_-_RCE

Kamperduin

Op 8 oktober 1797 besloot De Winter om korte tijd uit te varen, zodat de bemanning enige ervaring kon opdoen. De Britse vloot kwam hiervan snel op de hoogte, en op 11 oktober 1797 troffen de beide eskaders elkaar, dicht bij de kust en het dorp Kamperduin. Tijdens een gevecht met een Britse schip raakte Hinxt al snel zwaargewond: zijn linkerarm en een vinger van zijn rechterhand waren eraf geschoten en ook aan zijn linkerdij was hij gewond. Vanuit de kajuit liet hij zijn mannen doorvechten, maar zij waren in een hopeloze situatie en verlieten het strijdtoneel. Het schip verloor negen man en telde 27 gewonden; in totaal hadden de Bataven tweemaal zoveel dodelijke slachtoffers als de Britten, die ook nog eens elf schepen veroverden. Als resultaat van de slag bij Kamperduin werd de expeditie naar Ierland uitgesteld en uiteindelijk afgelast vanwege slecht weer. Dooitse Eelkes Hinxt maakte het allemaal niet meer mee: op 20 oktober 1797 was hij aan zijn verwondingen overleden.

Nykle Dijkstra, ‘Dokkumer kapitein verwierf “der helden lauwerkroon”’, De Sneuper nr. 199 (2015) 8-13.

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s