Bepruikte burgervader met ‘platten toon’

De Vrij Temminck door Wandelaar BB010055000366De achttiende-eeuwse burgemeester Egbert de Vrij Temminck (1700-1785) zou uitzonderlijk populair zijn geweest bij het gewone volk van Amsterdam, vanwege de ‘familiaren en zelfs platten toon dien hij in zijn omgang met den minderen man wist aan te slaan’. Maar hoe dicht bij het volk stond deze regent in werkelijkheid?

Magnificat

In de achttiende eeuw had Amsterdam niet één maar vier burgemeesters, van wie er ieder kwartaal eentje ‘president’ (voorzitter) mocht zijn. Evenmin als tegenwoordig was de burgemeestersverkiezing een democratisch proces: jaarlijks bekonkelde een groepje (oud)burgemeesters en schepenen (rechters) wie tot dit hoogste ambt van de stadsregering zouden worden toegelaten. Sommige burgemeesters hadden het langere tijd achtereen voor het zeggen in Amsterdam: zij hadden het ‘magnificat’. De oppermachtige Egbert de Vrij Temminck – 23 maal gekozen tot burgemeester tussen 1748 en 1784 – stond bekend als een machtige burgemeester. Daarnaast zou hij populariteit genieten bij ‘de burgerij’. En dat in een tijd waarin de afstand tussen regenten en burgers groot was. Toen in 1791 de zingende zusjes Nina en Susette d’Aubigny von Engelbrunner in Amsterdam een huisconcert gaven, wekte het bijvoorbeeld verbazing dat een burgemeester hen muzikaal begeleidde. De regenten zouden ‘gewoonlijk te trots zijn om in dezelfde kring te verkeren als gewone mensen’ (Metzelaar ed., ‘Niet zo erg Hollands’. Dagboek van een reis naar Nederland (1790-1791) (Hilversum 2001) p. 103).

Jonge De Vrij TEmminck BB 010097009271

Egbert de Vrij Temminck (1700-1785) was een ‘voltijds regent’. Afkomstig uit een koopliedengeslacht was hij in het stadsbestuur opgeklommen tot schepen, bewindhebber van de beide handelscompagnieën en raad in het admiraliteitscollege. Dankzij de wetsverzetting (regeringsverandering) door stadhouder Willem IV (1748) werd De Vrij Temminck voor het eerst burgemeester, al toonde hij zich weinig dankbaar. In 1752 sloot hij zich met andere Amsterdamse regenten aan bij de ‘correspondentie’, gericht tegen inmenging van het stadhouderlijk hof in de lokale politiek. Privé ging het De Vrij Temminck niet voor de wind. In 1750 was zijn vrouw, zijn eigen nicht Margaretha Temminck, kinderloos overleden en daarna leefde hij alleen. Financieel had hij weinig te klagen, met (in 1742) een geschat jaarinkomen van zesduizend gulden (dat ongetwijfeld veel hoger lag), een duur pand aan de Herengracht (nu: nr. 194) en een buitenplaats in de Haarlemmerhout. Zijn nalatenschap zou, in 1785, bijna 290.000 gulden bedragen.

Amsterdam first

Samen met de eerste pensionaris Van Berckel gaf De Vrij Temminck vorm aan het Amsterdamse politieke beleid, dat kan worden samengevat met het motto Amsterdam first. Regenten lieten zich – tot grote woede van de Britten – in met de risicovolle smokkelhandel in contrabande goederen en wapentuig, eerst met Frankrijk (tijdens de Zevenjarige Oorlog met Engeland), en vanaf 1774 met de opstandige gewesten in Noord-Amerika. Zoals gezegd was De Vrij Temminck zelf geen koopman, maar zijn familie dreef handel op Frankrijk en de west. In 1778 gaf hij als belangrijkste burgemeester opdracht aan pensionaris Van Berckel om een geheim handelsverdrag te bespreken met een vertegenwoordiger van het Amerikaanse congres. Het conceptverdrag zou in werking treden zodra Engeland de Verenigde Staten had erkend. In 1780 viel een kopie hiervan echter in Britse handen van de Engelsen, die daarin aanleiding zagen om de Republiek de oorlog te verklaren.

Volgens Elias, de grote kenner van het Amsterdamse regentenpatriciaat, had De Vrij Temminck zijn populariteit te danken ‘aan den familiaren en zelfs platten toon, dien hij in zijn omgang met den minderen man wist aan te slaan’ (Geschiedenis van het Amsterdamsche regentenpatriciaat, 239). Hierdoor zou hij een ‘volksbeweging’ geleid hebben om het stadhouderschap te ondermijnen. Elias gaf geen bronmelding, maar baseerde zich op Colenbranders studie naar de Patriottentijd (deel 1, p. 74, n. 1). Op zijn beurt verwijst Colenbrander naar Introduction to the History of the Dutch Republic for the last ten years, reckoning from the year 1777 (Londen 1788) p. 244), van de Britse ambassadeur James Harris. Bij deze diplomaat stond De Vrij Temminck in een kwade reuk, vanwege zijn anti-stadhouderlijke en anti-Britse politiek. De karakterschets in de Introduction was dan ook niet mals. Volgens de auteur was De Vrij Temminck (‘M. van Tamine’), ‘a man of low birth, mean education and moderate fortune’. Weliswaar was hij absoluut heerser van Amsterdam (p. 242), maar dit zei niets over zijn kwaliteiten, aldus de gemelijke Brit. Zijn kennis zou extreem gering zijn en hij was zo ongeveer analfabeet – maar vanwege zijn sterke republikeinse beleid, genoot hij toch aanzien. De burgemeester zou geen groot retoricus zijn en nauwelijks grammaticale kennis bezitten: ‘zijn taal was ordinair en barbaars, maar hij sprak met zoveel energie dat dit zijn beperkingen compenseerde’ (p. 244).

‘Vulgar republicans’

De Vrij Temmincks haat jegens de Oranjestadhouder en diens Engelse vrienden vergrootten zijn populariteit, zo meende zijn Britse criticaster. Zijn platte manier van spreken en denken, waren ‘identiek aan die van de onderste lagen van de Amsterdamse bevolking’ en daardoor was De Vrij Temminck het idool geworden van de ‘vulgar republicans’. Daarmee doelde auteur echter niet op de ‘gewone man’, maar op zijn mederegenten van republikeinse snit. Over zijn eventuele omgang met de man in de straat, schreef Harris niets. Ook een ander citaat dat Colenbrander aanhaalde over De Vrij Temminck is uit zijn verband gerukt. Volgens de Franse gezant Vauguyon (brief d.d. 25-2-1777) heerste de Amsterdamse burgemeester in de Statenvergadering ‘despotiquement’ met zijn republikeinse beleid. Dan volgt de zin ‘Le peuple le regarde comme son défenseur et son père’ (geciteerd in: D.M.M. d’Hangest baron d’Yvoy van Mijdrecht, Frankrijks Invloed op de buitenlandsche aangelegenheden der voormalige Nederlandsche Republiek (Arnhem 1858) p. 80). De Fransman doelde hiermee niet op het ‘gewone volk’, maar op de mensen (vertegenwoordigers) in de Statenvergaderingen: de regenten, met persoonlijke belangen bij de contrabandehandel, die zich vertegenwoordigd voelden in De Vrij Temminck.

Toch klonken ook buiten de officiële regeringscolleges loftuitingen op De Vrij Temminck. Met name in de patriottentijd (1780-1787), toen de stadhouderlijke partij steeds verder in het nauw kwam, werd de grijsaard geroemd met lierzangen. ‘Gy hoort uit zynen mond de taal der Amstellaren // Wier ongeveinsde trouw de naneef roemen zal’, zo schreef een broodpoeet ter gelegenheid van zijn 81ste verjaardag (Ambrosius Justus Zubli; Amsterdam 1781). Een andere gelegenheidsauteur prees de toegankelijkheid van de burgemeester: ‘Elk burger mogt gerust in nood u bijstand vraagen // Nooit gold bij u ’t verschil van rang’ (Feestzang op den één en tachtigsten jaardag van […] Egbert de Vry Temminck (Amsterdam 1781).  Een jaar later, in 1782, klonk opnieuw de loftrompet voor de (kinderloze) De Vrij Temminck: Gij houdt ons voor uw eigen kroost // Wij u voor onzen Vader // Elk burger raadt gij [geeft gij raadt], als een Vrind // Daar u geen trotse waan verblindt’ (De burgerij van Amsterdam aan […] mr. Egbert de Vrij Temminck; Amsterdam 1782).

Standbeeld De Vrij TEmminck BB 010097009272

Ontwerp voor een nooit geplaatst standbeeld voor De Vrij Temminck in Amsterdam op de Dam.

Pruik

Kwalificaties als ‘raadgever’ en ‘vader’ wijzen toch weer in de richting van een burgemeester die ‘dicht bij het volk’ stond, al kan het ook allemaal spreekwoordelijk bedoeld zijn. Het imago van Egbert de Vrij Temminck als volkse burgemeester bleef hoe dan ook als een spook rondwaren door de geschiedschrijving, onder meer dankzij mijzelf (Geschiedenis van Amsterdam, deel IIb, p. 337) en het NNBW-lemma. In 2014 kreeg Egbert de Vrij Temminck kortstondig enige landelijke bekendheid. Paul Spies, voormalig directeur van het Amsterdam Museum, toonde in een uitzending van DWDD (11-3-2014) zijn ceremoniële pruik. Hij koos het als object dat toenmalig president Obama tijdens zijn bezoek aan Nederland zeker zou moeten zien, omdat De Vrij Temminck ‘de onafhankelijkheidsstrijd van het land waar u president van bent geworden, een flink duwtje in de rug heeft gegeven’ (Amsterdam Museum). Spies doelde daarmee op het geheime verdrag dat de burgemeester had laten sluiten met de Amerikaanse revolutionairen. Obama liet de pruik links liggen en koos zoals bekend voor een bezoek aan het Rijksmuseum en de Nachtwacht. Misschien ziet zijn opvolger meer heil in een eerbetoon aan de achttiende-eeuwse populist.

Pruik van De Vrij Tremminck

De pruik van Egbert de Vrij Temminck. Amsterdam Museum.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Bepruikte burgervader met ‘platten toon’

  1. Pingback: Merkwaardig (week 4) | www.weyerman.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s