Schimmel zonder Fortuin

Kattengat op Berckenrode

Het Fortuintje op de plattegrond van Berckenrode, 1625.

Het Fortuintje in het Kattengat was een van de  eenvoudigere herbergen van zeventiende-eeuws Amsterdam. Uitbater Schimmel heeft er geen dynamische bedrijfsvoering gehouden: hij eindigde zonder meubels en met een huurschuld. Onder zijn bewind legde ook vermaaksherberg de Rode Doolhof het loodje. Schimmels wat mistroostige tapperscarrière biedt inzicht in de hygiënische aspecten van het herbergbedrijf en het vastgoedbezit van Roemer Visscher.

 

 

Huisje van Roemer Visscher

In of vóór 1641 vestigde Thonis/Teunis Jansz Schimmel (ca. 1614-1668) zich in Amsterdam. Hij was geboren in Leusbroek, een dorp ten zuiden van Amersfoort. Als huistimmerman in de grote stad verdiende hij voldoende om drie huizen te kopen, met een totale waarde van 14.800 gulden (transportakten 11/20-5 en 8-6-1645). In 1646 werd hij mede-eigenaar van het Fortuin, een huis aan het Kattengat. Dit was indertijd een smal grachtje tussen de Stromarkt en de huidige Spuistraat. Aan de zuidzijde liep Schimmels pand door tot het ‘huisje van wylen Roemer Visscher’, aan de Stromarkt (Singel). De vermelding van de bekende letterkundige (1547-1620) in een verkoopakte uit 1646 wekt enige verbazing. Visschers eigen woning – de Korendrager en na zijn dood ook wel het ‘Saligh Roemers Huys’ genoemd – stond immers aan de Geldersekade (ter hoogte van de huidige nummers 14 en 16). Het huisje aan de Stromarkt had hij in 1611 al verkocht, maar in de stedelijke administratie leefde het voort als zijn bezit.

 

sinnepoppen001
Titelpagina Roemer Visschers Sinnepoppen, 1614.

 

Thonis Schimmel woonde zelf in het huis aan het Kattengat. Hij hield er ook herberg: het Fortuintje. In de kermismaand (september) van 1645 hadden een wijnkoper en een man uit Hoorn een vrolijke avond in een van zijn herbergkamertjes. Van de genoten dranken moesten zij stevig wateren. Dat gebeurde op de kamer in een tinnen waterpot, ‘die sij wanneer die vol was ende de gelegentheyt vereyschte, int steechje ofte gange neffens deselve camer uijtgooten’ (SAA, Archief 5075, inv.nr. 1620, p. 145, notaris J. de Graeff, attestatie 30-11-1645). Eventuele voorbijgangers in het steegje plukten de wrange vruchten van deze nonchalante manier van doorspoelen.

Rode Doolhof

Herbergier Schimmel bleef altijd ongehuwd. Zakelijk gezien was dat onverstandig. Succesvolle herbergen werden immers geleid door dynamische kasteleinsechtparen, terwijl vrijgezelle uitbaters het zelden lang volhielden. Financieel ging het Schimmel dan ook niet voor de wind. In 1647 moest hij een van zijn huizen verkopen en een jaar later verloor hij zijn aandeel in het Fortuintje. Voortaan moest hij zijn herberg annex woonhuis huren, waardoor hij algauw een aanzienlijke betalingsachterstand had opgelopen.

uitsnede Kaart Janssonius 1657 010001000820

Omgeving van de Rode Doolhof op plattegrond Janssonius, 1657.

In 1662 verhuisde Schimmel naar de Rode Doolhof, een vermaaksherberg buiten de Regulierspoort, ongeveer op de plaats waar nu het Thorbeckeplein en de Herengracht samenkomen. Evenmin als het Fortuintje was dit een voorname herberg. Wel bood de ligging bij de stadspoort mogelijkheden voor opvang van gestrande reizigers en transportpersoneel, voor wier paarden en koetsen er voldoende ruimte was in stallen en weiden. Daarnaast kwamen er agrariërs van de nabijgelegen veemarkt op het Reguliersplein (nu: Rembrandtplein). Als extra attractie was er een pleziertuin met beweegbare en geluid makende beelden, zoals allerhande dieren, een cupidootje en een vrouw met ontblote borsten. Die attracties waren het werk van eigenaar Jan Ellegoot (ca. 1600-1654), een geboren Leidenaar die was overgegaan tot het Jodendom en handelde in bier en tabak. Ellegoot liet ook een biljart plaatsen en liet de uitbaters betalen voor het slijten van het laken. Zijn achterkleinzoon was Jacob Ellegoot Osorio, met wie ik hem in mijn boek (p. 227) per abuis heb verwisseld.

Eén fles wijn

Met Schimmel als uitbater van de Rode Doolhof trok deze herberg nauwelijks nog publiek. Hierdoor was hij niet in staat zijn oude huurschuld (600 gulden) te voldoen. Verkoop van de versleten inboedel van het Fortuintje had slechts 477 gulden opgeleverd, dankzij topstukken zoals schilderijen van konijnen en van ossen achter een ploeg. In november 1662 kreeg Schimmel in zijn nieuwe herberg de Rode Doolhof bezoek van de impostmeester, die zijn drankvoorraad kwam peilen om hem accijnsbelasting te kunnen opleggen. Schimmel had slechts twee kannen en één fles wijn in huis, dus er viel weinig te halen. Ook bij zijn nieuwe huisbaas liep hij een huurachterstand op. In 1665 moest de Rode Doolhof, inclusief tuinen en attracties, wijken voor de nieuwe stadsuitbreiding.

Thonis Schimmel bleef wonen in de buurt van de ossenmarkt (Rembrandtplein). Begin 1668 overleed hij thuis, op de hoek van de Wagenstraat en de Amstelstraat, eenzaam en berooid.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s