Miljoenenjuffrouw en 1000 anderen

028_STRUIKJantje

Jantje Struik, door A.J.W. de Veer, ca. 1907, SAA.

Met terechte bombarie is deze week 1001 Vrouwen in de 20ste eeuw gepresenteerd, het biografische naslagwerk van Els Kloek. In Geschiedenis Magazine verschijnt een van mijn lemmata, over de oplichtster Jantje Cornelia Struik, beter bekend als ‘de Miljoenenjuffrouw’. Maar ook de overige duizend levensverhalen in het vrouwenlexicon zullen uren- of zelfs wekenlang leesgenot opleveren.

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Koffiehuispraatjes

Koffiehuis

Over het ontstaan van de eerste koffiehuizen in Holland worden al ruim honderd jaar dezelfde twijfelachtige verhalen overgeschreven. Zo zou een Griekse ondernemer in 1665 een koffiehuis zijn begonnen in Amsterdam, maar of dat ooit van de grond is gekomen? Concreter bewijs is er voor een Britse herkomst van het eerste koffiehuis in diezelfde stad rond hetzelfde jaar.

 

Koffie in de Bloedstraat

De vage verhalen over de Griek en de ‘koffiedrankbereider’ en chocoladekoekjesmaker Jan Nickels stammen uit een stokoud artikel van de voormalige gemeentearchivaris van Amsterdam Nicolaas de Roever (Uit onze oude Amstelstad, deel 1, 1890). Helaas gaf deze geen bronverwijzingen, zodat zijn vondsten niet te controleren vallen. Een duidelijkere aanwijzing voor het eerste koffiehuis in Amsterdam geeft het ‘confessieboek’, waarin de gerechtelijke verhoren uit 1665 staan opgetekend. Een gevangen Engelsman had in de zomer van dat jaar een pamflet laten drukken door een klant van een ‘coffijdranck-vercoper in de Bloetstraet’ (Archief 5061, inv.nr. 316, verhoor d.d. 24-7-1665, p. 230A). De naam van die uitbater blijft in nevelen gehuld, maar een Britse achtergrond lijkt waarschijnlijk: na Venetië (eerste koffiehuis in 1642) verrezen de eerste Europese koffiehuizen immers in Oxford (1650) en Londen (1652).

‘The coffy men’

Volgens de klucht Het suynigh en vermaeckelijck coffy-huys (Zaandijk 1678, p. 2) was de eerste ‘Coffy-maecker’ van Holland ‘meester Kit/Kic’. Die ‘mister’ heeft werkelijk bestaan. Het ging om Abraham Kick, een in de Engelse stad Norwich geboren koopman. Aanvankelijk woonde hij in Delft, waarvandaan hij met zijn tweede vrouw naar Amsterdam verhuisde. Bij zijn inschrijving als poorter (burger) van Amsterdam, in 1667, gaf de Engelsman ‘koffieverkoper’ als beroep op. Daarnaast was Kick actief als tabakshandelaar en tolk en arbiter voor de Britse koopliedengemeenschap in Amsterdam. Hij gold als een fervent tegenstander van de Engelse koning. Kick en diens medestanders werden ‘the coffy men’ genoemd, omdat ze elkaar ontmoetten in koffiehuizen. In 1682 bood hij in zijn eigen koffiehuis onderkomen aan de graaf van Shaftesbury, een van hoogverraad beschuldigde Whig, die het leven liet in zijn logeerbed. Kick was toen gevestigd in de Warmoesstraat, ter hoogte van de Oudezijds Armsteeg. Toen hij in 1686 hertrouwde – met de Amsterdamse Maria van der Voort – was hij verhuisd naar de Geldersekade.

afb Franse Koffiehuis 010055000023

Interieur Franse Koffiehuis, Kalverstraat 29. I.L. Fargue van Nieuwland, 1761. SAA.

Propagandamateriaal

Abraham Kick was ook actief als commissionair in de import van suiker en citroensap en de export van wijn op Suriname en de Noord-Amerikaanse koloniën. Het is verleidelijk om hem daar ook zijn eigen koffievoorraden te laten bestellen, al kwamen de bonen in deze periode doorgaans via de VOC of de Levantroute naar Holland. Kick correspondeerde ook innig met Increase Mather (1639-1723), president van Harvard College te Boston, de Amerikaanse stad waar zijn zoon Joan – namens de Sociëteit van Suriname – voor handelsdoeleinden was gevestigd. In 1683 vroeg Mather aan Kick om vijftig exemplaren op te sturen van zijn in Amsterdam gedrukte religieuze traktaat (Diatribe de Signo Filii Hominis, et de Secundo Messiae Adventu), voor verspreiding in de nieuwe wereld. In Amsterdam bleef de gemeenschap van ballingen rond Kick ageren tegen de Engelse koning. Net als in Engeland verspreidden partijgangers hun propagandamateriaal via de koffiehuizen, ondanks verboden van de overheid daartegen. Nadere bestudering van Kicks koffiehuis zou nieuw licht werpen op de toenmalige publieke opinie en de verspreiding van de nieuwe opwekkende drank in de Nederlanden.

Meer informatie over de vroegste Amsterdamse koffiehuizen in: De Amsterdamse herberg 1450-1800.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Eeuwenoude horecalocatie verdwijnt

IMG_20180524_092139435_HDR

Voormalig café Kadoelen op 23 mei 2018, foto auteur.

Na bijna vier eeuwen zal het drankhuis aan de Landsmeerderdijk (nr. 195) in Amsterdam-Noord mogelijk verdwijnen. Het huidige Café Kadoelen stond in de zeventiende eeuw bekend als schippersherberg de Groene Ridder.

Groene Ridder

Vanaf de eerste helft van de zeventiende eeuw was de herberg gevestigd in de oude buurtschap Kadoelen. Uitbater was de afgezwaaide zeeman Jan Claasz Backer (1588-?) uit Oostzaan. Net als veel buurtgenoten was hij eerst transportschipper: met zijn vaartuig de ‘Groene Ridder’ haalde hij koren uit de Oostzeehavens. Vóór 1631 kocht hij een herberg aan het Landsmeerderpad in Kadoelen. In dat jaar maakte een notaris een akte op in zijn gelagkamer, over de droogmaking van de naastgelegen Wilmkebreek. Ook de heemraden kwamen er bijeen om dijkproblemen te bespreken. In 1645, toen ‘Jan Claasz Groene Ridder’, zoals hij werd genoemd, bijna vijftig jaar oud was, moest hij zijn herberg gedwongen verkopen.

Kadoelen rond 1680

Kaart van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen met links buurtschap Kadoelen, Jan Jansz Dou, 1680.

Veilingen en kolfbaan

De locatie, dichtbij het veer naar Amsterdam, was gunstig en de omwonende schippers van Kadoelen frequenteerden de zaak, dus ook onder nieuwe eigenaars bleef er een drankhuis gevestigd. Incidenteel waren er in de achttiende eeuw ook vastgoedveilingen en er was een kolfbaan aangelegd, zo blijkt uit annonces in de Amsterdamse courant (12-4-1759; 23-8-1759). In 1868 was de herberg, inmiddels omgedoopt tot koffiehuis Y en Stadzicht, eigendom van Jan Jansse Kat, tapper en schipper van het veer te Kadoelen. De veerdienst van Landsmeer naar Amsterdam – nu via Zijkanaal I en het IJ – werd gemotoriseerd (Stoombootmaatschappij Wagner en Kat). Kat raakte echter in de financiële problemen en moest het pand veilen (aankondiging in Algemeen Handelsblad, 24-8-1868), waardoor het voor een schamele zevenhonderd gulden van de hand ging.

Café Cadoelen SAA BMAB00039000005_016

Café Koffiehuis Kadoelen. Stadsarchief Amsterdam.

Gokkende buschauffeurs

Een jaar later – in 1869 – werd het huidige pand gebouwd, waarin de familie Van Noord een koffiehuis uitbaatte. In 1916 had dit zwaar te lijden onder de watersnoodramp: de achterkant en zijkant van het pand waren door het water geheel vernield en meubels, het biljart en ‘een kostbaar muziekinstrument’ dreven doelloos rond (Nieuwsblad van het Noorden, 18-02-1916)

In 1933 ging café Kadoelen van de uitbaters Jan van Noord en Betje Been over naar Jaap Brandjes en Aaltje van Noord-Fraay, beter bekend als ‘Moeder Aaltje’. Kort daarop werd het stoombootveer voorbijgestreefd door een autobusdienst naar Amsterdam. In 1953 kreeg barkeeper Brandjes een volledige vergunning, zodat hij ook alcoholische dranken mocht verkopen om mee te nemen. Een meerderheid van zijn inkomsten kwamen uit die slijterij, waarop vooral klanten uit de directe omgeving afkwamen. Het cafégedeelte trok reizigers en mensen die op de ENHABO-bus wachtten: de halte was immers voor de deur. Ook de buschauffeurs kwamen er na gedane zaken een pintje pakken en hun kleingeld in de gokautomaat verspelen (Algemeen Handelsblad, 27-6-1959).

IMG_20180524_092155933_HDR

Voormalig café Kadoelen op 23 mei 2018, foto auteur.

Faillissementen en broodjes bal

In 1965 hield het echtpaar Brandjes ermee op. Twee jaar later kwam het café aan de Landsmeerderdijk in de gemeente Amsterdam te liggen, vanwege een grenswijziging. Het pand bleef in gebruik als café en koffiehuis Kadoelen, maar verschillende uitbaters failleerden (1989, 2005). Tot een jaar geleden was er nog een drankje en een broodje bal te krijgen. De terrasstoelen vóór het café boden een aangenaam zicht over de dijk, al reed het rondrazend verkeer zo ’n beetje over je tenen heen. De huidige eigenaar sloot de tent, die ernstige tekenen van verval begon te vertonen en nooit is aangemeld als horecamonument. Vorige week hoorde ik het trieste bericht dat het legendarische drankhuis – onafgebroken in gebruik vanaf 1631 – zal worden gesloopt en vervangen door woningbouw.

UPDATE: Stadsdeel Noord ontkent plannen voor sloop of nieuwbouw, maar vertelt niet wat er dan wel met voormalig Café Kadoelen zal gebeuren (site van het Parool). Volgens woordvoerster Anouk Panman van Stadsdeel Noord is er geen sloop- of bouwvergunning afgegeven. Intussen loopt er ook een verzoek tot aanwijzing gemeentelijk monument voor het oude cafépand.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Achter het dagboek

Anne FrankDe Anne Frank Stichting, het Huygens ING en het NIOD verschenen trots in de nieuwsbulletins met hun ‘onthulling’ van een opzettelijk dichtgeplakte pagina uit het dagboek van Anne Frank (foto). Deze abjecte vertoning, onder het mom van wetenschappelijkheid, gaat ten koste van de schaarse privacy van een dertienjarig meisje dat zichzelf niet meer kan verdedigen.

Vertrouwen geschonden

Volgens de directeur van de Anne Frank Stichting brengen de flauwe moppen en zielenroerselen over seksualiteit ‘ons nog dichter bij het meisje en de schrijfster Anne Frank’. Het zou van groot publiek én wetenschappelijk belang zijn dat wij dit nu, zeventig jaar na dato, allemaal te lezen krijgen. De directeur van het NIOD, het voormalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, vond de passage persoonlijk wel om te lachen. De directeur van het Huygens ING, een instelling die in betere tijden erudiete bronnenpublicaties uitbracht, meent des- of ongevraagd dat Frank alles aan haar dagboek kon ‘toevertrouwen’.

‘Liefhebben als onszelf’

Welk recht hebben wij om Franks vertrouwen te schenden? En wat voegen deze  bewust verborgen intimiteiten toe toe aan het beeld van Anne Frank, zoals we dat al kennen uit haar wereldberoemde egodocument? Het antwoord laat zich raden. IJdelheid en misplaatste daadkracht wegen hier kennelijk zwaarder dan de pubergeheimen. In de woorden van A.Th. van Deursen: ‘We richten ons op onze medemensen, die we naar het evangelisch gebod zullen liefhebben als onszelf. Ik zeg niet dat we het verleden moeten liefhebben; maar wel de mensen die in dat verleden hebben geleefd. Ze zijn onze naasten, en blijven dat ook als ze gestorven zijn’. Met dode mensen ga je net zo om als met levende mensen en van hun dichtgeplakte dagboekpagina’s blijf je af.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Schimmel zonder Fortuin

Kattengat op Berckenrode

Het Fortuintje op de plattegrond van Berckenrode, 1625.

Het Fortuintje in het Kattengat was een van de  eenvoudigere herbergen van zeventiende-eeuws Amsterdam. Uitbater Schimmel heeft er geen dynamische bedrijfsvoering gehouden: hij eindigde zonder meubels en met een huurschuld. Onder zijn bewind legde ook vermaaksherberg de Rode Doolhof het loodje. Schimmels wat mistroostige tapperscarrière biedt inzicht in de hygiënische aspecten van het herbergbedrijf en het vastgoedbezit van Roemer Visscher.

 

 

Huisje van Roemer Visscher

In of vóór 1641 vestigde Thonis/Teunis Jansz Schimmel (ca. 1614-1668) zich in Amsterdam. Hij was geboren in Leusbroek, een dorp ten zuiden van Amersfoort. Als huistimmerman in de grote stad verdiende hij voldoende om drie huizen te kopen, met een totale waarde van 14.800 gulden (transportakten 11/20-5 en 8-6-1645). In 1646 werd hij mede-eigenaar van het Fortuin, een huis aan het Kattengat. Dit was indertijd een smal grachtje tussen de Stromarkt en de huidige Spuistraat. Aan de zuidzijde liep Schimmels pand door tot het ‘huisje van wylen Roemer Visscher’, aan de Stromarkt (Singel). De vermelding van de bekende letterkundige (1547-1620) in een verkoopakte uit 1646 wekt enige verbazing. Visschers eigen woning – de Korendrager en na zijn dood ook wel het ‘Saligh Roemers Huys’ genoemd – stond immers aan de Geldersekade (ter hoogte van de huidige nummers 14 en 16). Het huisje aan de Stromarkt had hij in 1611 al verkocht, maar in de stedelijke administratie leefde het voort als zijn bezit.

 

sinnepoppen001
Titelpagina Roemer Visschers Sinnepoppen, 1614.

 

Thonis Schimmel woonde zelf in het huis aan het Kattengat. Hij hield er ook herberg: het Fortuintje. In de kermismaand (september) van 1645 hadden een wijnkoper en een man uit Hoorn een vrolijke avond in een van zijn herbergkamertjes. Van de genoten dranken moesten zij stevig wateren. Dat gebeurde op de kamer in een tinnen waterpot, ‘die sij wanneer die vol was ende de gelegentheyt vereyschte, int steechje ofte gange neffens deselve camer uijtgooten’ (SAA, Archief 5075, inv.nr. 1620, p. 145, notaris J. de Graeff, attestatie 30-11-1645). Eventuele voorbijgangers in het steegje plukten de wrange vruchten van deze nonchalante manier van doorspoelen.

Rode Doolhof

Herbergier Schimmel bleef altijd ongehuwd. Zakelijk gezien was dat onverstandig. Succesvolle herbergen werden immers geleid door dynamische kasteleinsechtparen, terwijl vrijgezelle uitbaters het zelden lang volhielden. Financieel ging het Schimmel dan ook niet voor de wind. In 1647 moest hij een van zijn huizen verkopen en een jaar later verloor hij zijn aandeel in het Fortuintje. Voortaan moest hij zijn herberg annex woonhuis huren, waardoor hij algauw een aanzienlijke betalingsachterstand had opgelopen.

uitsnede Kaart Janssonius 1657 010001000820

Omgeving van de Rode Doolhof op plattegrond Janssonius, 1657.

In 1662 verhuisde Schimmel naar de Rode Doolhof, een vermaaksherberg buiten de Regulierspoort, ongeveer op de plaats waar nu het Thorbeckeplein en de Herengracht samenkomen. Evenmin als het Fortuintje was dit een voorname herberg. Wel bood de ligging bij de stadspoort mogelijkheden voor opvang van gestrande reizigers en transportpersoneel, voor wier paarden en koetsen er voldoende ruimte was in stallen en weiden. Daarnaast kwamen er agrariërs van de nabijgelegen veemarkt op het Reguliersplein (nu: Rembrandtplein). Als extra attractie was er een pleziertuin met beweegbare en geluid makende beelden, zoals allerhande dieren, een cupidootje en een vrouw met ontblote borsten. Die attracties waren het werk van eigenaar Jan Ellegoot (ca. 1600-1654), een geboren Leidenaar die was overgegaan tot het Jodendom en handelde in bier en tabak. Ellegoot liet ook een biljart plaatsen en liet de uitbaters betalen voor het slijten van het laken. Zijn achterkleinzoon was Jacob Ellegoot Osorio, met wie ik hem in mijn boek (p. 227) per abuis heb verwisseld.

Eén fles wijn

Met Schimmel als uitbater van de Rode Doolhof trok deze herberg nauwelijks nog publiek. Hierdoor was hij niet in staat zijn oude huurschuld (600 gulden) te voldoen. Verkoop van de versleten inboedel van het Fortuintje had slechts 477 gulden opgeleverd, dankzij topstukken zoals schilderijen van konijnen en van ossen achter een ploeg. In november 1662 kreeg Schimmel in zijn nieuwe herberg de Rode Doolhof bezoek van de impostmeester, die zijn drankvoorraad kwam peilen om hem accijnsbelasting te kunnen opleggen. Schimmel had slechts twee kannen en één fles wijn in huis, dus er viel weinig te halen. Ook bij zijn nieuwe huisbaas liep hij een huurachterstand op. In 1665 moest de Rode Doolhof, inclusief tuinen en attracties, wijken voor de nieuwe stadsuitbreiding.

Thonis Schimmel bleef wonen in de buurt van de ossenmarkt (Rembrandtplein). Begin 1668 overleed hij thuis, op de hoek van de Wagenstraat en de Amstelstraat, eenzaam en berooid.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bredero’s herbergbezoek

bredero_1Hell afb 1

Ruwweg vierhonderd jaar geleden overleed Gerbrand Adriaensz Bredero (1585-1618), na – maar niet per se ten gevolge van – een ongelukkige tocht over het ijs. Ter gelegenheid van dit jubileumjaar schreef ik een beschouwing over het kroegbezoek van deze toneelschrijver, met casestudies over twee doelenkasteleins. Mijn blog is gratis te lezen op de site van de Stichting Herdenking Bredero.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Boekpresentatie Amsterdamse herberg

omslag2.jpgZaterdag 25 november 2017 is de boekpresentatie van de handelsuitgave van mijn proefschrift De Amsterdamse herberg (1450-1800), vanaf 16.45 uur in Boekhandel Scheltema (Rokin 9, Amsterdam). Na korte lezingen met lichtbeelden door kunst-  en architectuurhistoricus Gerrit Vermeer en mijzelf zal ik het eerste exemplaar ceremonieel overhandigen aan Midas Dekkers, bekend bioloog, kasteleinskind en ijverig pleitbezorger van het bruine café. De toegang is gratis, maar graag aanmelden via de website van Uitgeverij Vantilt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen